Wedstrijdreglement

Uit NFF_Wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Artikel 1, Algemene bepalingen

De NFF heeft als een van de landelijke overkoepelende organisaties van de fietscrosssport het recht en de plicht om regelend op te treden op het gebied van de fietscrosssport in de meest algemene zin van het woord.

Artikel 2, Wedstrijden

Voor de toepassing van dit reglement wordt onder "wedstrijden" verstaan, alle evenementen georganiseerd door een fietscrossvereniging aangesloten bij de NFF.

Artikel 3, Organisatie

  1. De NFF treedt regelend op bij het samenstellen van de nationale wedstrijdkalender van de NFF, waartoe in elk geval behoren de Nederlandse Kampioenschappen (NK) Indoor en Outdoor, de Nederlands Club Kampioenschappen (NCK) Indoor en Outdoor, de nationale wedstrijden en Interlandwedstrijden. Andere wedstrijden kunnen uitsluitend met toestemming van de Federatieraad op de nationale wedstrijdkalender worden geplaatst. Bij de samenstelling van de district-wedstrijdkalenders dienen de zaterdagen in het weekend van de Nationale kalender van de NFF te worden vrijgehouden.
  2. Ten behoeve van de verdeling van nationale wedstrijden, worden de verenigingen in groepen ingedeeld. In iedere groep wordt elk jaar een nationale wedstrijd georganiseerd. Om een nationale wedstrijd te mogen organiseren moet een vereniging minimaal twee (2) jaar lid zijn van de NFF, (dus drie (3) jaar vanaf de aanmelding; het eerste jaar is de vereniging aspirant-lid).

Artikel 4, Deelname aan wedstrijden

  1. De deelname aan wedstrijden vermeld op de nationale wedstrijdkalender van de NFF staat alleen open voor federatiekaarthouders tenzij de Federatieraad dispensatie verleent.
  2. Om mee te kunnen doen aan het NK Outdoor moet men aan een aantal nationale wedstrijden, zonder NCK en NK Outdoor, hebben deelgenomen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal nationale wedstrijden in de periode van NK Outdoor tot NK Outdoor minus vier (4), met een minimum van vier (4).
  3. Voor de regeling genoemd in lid 2 wordt in geen enkel geval dispensatie verleend.

Artikel 4a, Deelname en onttrekken aan de wedstrijd

1. Rijd(st)ers aan een wedstrijd zijn degenen die vóór 09:45 uur op de wedstrijddag zijn aangemeld via voorinschrijving of daginschrijving, en niet meer zijn afgemeld voor dat tijdstip.

2. Rijd(st)ers kunnen de wedstrijd ongestraft verlaten als aan twee van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) als de EHBO het niet verantwoord of ongewenst acht dat zij verder deelnemen
b) als zij toestemming hebben van de trackmanagers
c) als zij toestemming hebben van het NFF-juryteam

3. Rijd(st)ers mogen de wedstrijd ongestraft verlaten na de manches als zij op basis van hun prestaties niet (kunnen) worden doorgeschreven naar een volgende ronde.

4. Rijd(ster)ers die zich aan de wedstrijd onttrekken op een wijze die niet in overeenstemming is met lid 2 of lid 3, doen dat op eigen initiatief en voor eigen risico. Deze handelwijze kan door de NFF bestraft worden.

5. Wanneer onttrekking aan de wedstrijd geconstateerd wordt, zal door de NFF een straf worden opgelegd. De straf zal zijn: diskwalificatie (gevolg o.a. punten Promotieklasse gaan verloren, wedstrijd telt als ‘gemist’). De betreffende rijd(st)er kan daarná een beroep doen op het hoofdbestuur van de NFF de straf teniet te doen.

6. De rijd(st)er kan per definitie niet worden aangesproken op zijn gedrag, hij/zij heeft immers de wedstrijd verlaten. De strafmaatregel zal in de week na de wedstrijd worden meegedeeld aan de vereniging waarbij de deelnemer is aangesloten. Aan de vereniging zal expliciet worden verzocht de straf mee te delen aan de deelnemer.

Artikel 5, Bekendheid met de reglementen

Iedere organisator van en iedere rijd(st)er of medewerker aan een wedstrijd wordt geacht bekend te zijn met het wedstrijdreglement van de NFF en aanvaardt zonder voorbehoud de daaruit voortvloeiende consequenties. Hij/zij doet uitdrukkelijk afstand van het recht op beroep op iedere andere arbiter, rechter of ander college dan die waarin de reglementen van de NFF voorzien.

Artikel 6, Inschrijven

  1. Inschrijven voor een wedstrijd geschiedt via de eigen vereniging middels een voorinschrijving.
  2. Aanmelding van de deelnemers op de wedstrijddag dient vóór 9:45 uur te zijn gedaan door de clubvertegenwoordiger.
  3. Na sluiting van de voorinschrijvingstermijn kunnen op de wedstrijddag zelf nog daginschrijving worden gedaan, mits vóór 9:45 uur en door de clubvertegenwoordiger.
  4. Bij een daginschrijving wordt het inschrijfgeld per klasse verhoogd met een boete van 100%. Deze boete geldt niet voor de promotieklasse. De opgelegde boetes komen ten goede van de Federatiekas.

Artikel 7, Afgelasting

  1. Indien de baan, het weer of andere externe omstandigheden het noodzakelijk maken dat de wedstrijd wordt moet worden afgelast, dienen de deelnemende verenigingen te worden gewaarschuwd voordat zij normaliter vertrekken. Eventuele inschrijfgelden dienen te worden gerestitueerd of te worden verrekend met het inschrijfgeld van een nieuw uit te schrijven wedstrijd.
  2. Bij een nationale wedstrijd kan alleen het hoofdbestuur een wedstrijd afgelasten.
  3. Bij een districtswedstrijd kan alleen het districtsbestuur een wedstrijd afgelasten.

Artikel 8, Klasse-indeling

1. Bij de indeling in klassen worden onderscheiden:

a. gewone fietscrossers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van max. 20 of 22 inches;
b. cruisers, zij die rijden met een crossfiets met een wielmaat van 24 of 26 inches.

2. Een klasse, bedoeld onder lid 1, letter a, wordt als volgt ingedeeld:

a. er is één klasse Jongens/Meisjes 4 en 5 jaar; deze klasse blijft bij verdere (her-) indelingen buiten beschouwing;
b. verder worden de jongens en meisjes apart ingedeeld in hun eigen leeftijdsklasse 6 jaar, 7 jaar, 8 jaar, 9 jaar, 10 jaar, 11 jaar, 12 jaar, 13 jaar, 14 jaar, 15 jaar, 16/17 jaar, 18 jaar en ouder (dames), 18 t/m 24 jaar (heren) en 25 jaar en ouder (heren);

3. Bij de indeling van klassen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

a. Per wedstrijd worden leeftijdsklassen ingedeeld en samengevoegd op basis van de aantallen rijd(st)ers bij voorinschrijving.
b. Hierbij wordt ernaar gestreefd zoveel mogelijk per klasse een finale te rijden.
c. Minimale grootte van een klasse is 7 rijd(st)ers (om niet samengevoegd te worden).

4. Indien in één van de eigen leeftijdsklassen minder dan 7 rijd(st)ers aan de start zouden komen dan worden de betrokken jongens of meisjes ingedeeld in één van de gecombineerde leeftijdsklassen 6/7 jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar, 12/13 jaar, 14/15 jaar, meisjes 16/17 jaar met dames 18 jaar en ouder, jongens 16/17 jaar met heren 18 t/m 24 jaar, behalve bij de groep 25 en ouder (heren) één klasse lager.

5. Indien ook bij bovengenoemde gecombineerde leeftijdsklassen minder dan 7 rijd(st)ers aan de start zouden verschijnen dan worden de betrokken jongens en meisjes bij elkaar in een klasse ingedeeld, doch de meisjes één jaar beneden hun eigen leeftijd;

6. Indien ook dan geen 7 rijd(st)ers aan de start zouden verschijnen dan worden de jongens en meisjes ingedeeld in de gecombineerde leeftijdsklassen 6/7 jaar, 8/9 jaar, 10/11 jaar, 12/13 jaar, 14/15 jaar of 16 jaar en ouder, doch de meisjes één jaar beneden hun eigen leeftijd.

7. De klasse bedoeld onder lid 1, letter b wordt als volgt ingedeeld:

a. heren 4 t/m 15 jaar, 16 t/m 30 jaar, 31 t/m 44 jaar, 45 jaar en ouder;
b. dames 30 jaar en jonger, dames 31 jaar en ouder;

8. Indien in één van de klassen heren cruisers minder dan 7 rijders zijn, dan worden deze één groep hoger ingedeeld. Behalve bij de groep 45 jaar en ouder, die één groep lager wordt ingedeeld. Hierbij moet rekening gehouden worden met: Indien de klasse 45 jaar en ouder 7 of meer rijders heeft zal deze klasse nooit worden samengevoegd. Ook niet wanneer de klasse 31 t/m 44 jaar 6 of minder rijders heeft. In dat geval zal de klasse 31 t/m 44 jaar met één klasse lager worden ingedeeld.

9. Indien damescruisers 30 jaar en jonger minder dan 7 rijdsters heeft, wordt deze klasse samengevoegd met herencruiser 31-44, Indien damescruisers 31 jaar en ouder minder dan 7 rijdsters heeft, wordt deze klasse samengevoegd met de herencruiser 45 jaar en ouder.

10. Bij de NK Outdoor, de NCK Outdoor, alsmede bij meerdaagse wedstrijden of een competitie over meerdere dagen is 1 juli van het lopende jaar, het jaar waarin de wedstrijd plaats vindt, bepalend voor de klasse-indeling.

11. In alle overige gevallen is de leeftijd op de dag van de wedstrijd bepalend voor de klasse-indeling.

Artikel 8a, Indeling manches en (semi-)finales

1. Manche-indeling.

a) De manches worden verreden op basis van het zogenaamde “speedway-systeem”. Dit wil zeggen dat er over drie (3) manches in een wisselende samenstelling van groepen wordt gereden.
b) Als er van één leeftijdsklasse meerdere groepen zijn, wordt de rit van de grootste groep als eerste verreden (voorbeeld: een groep van negen rijd(st)ers wordt verdeeld in een groep van vijf en een groep van vier rijd(st)ers. De groep van vijf rijd(st)ers als eerste, dan de groep van vier).

2. (Semi-)finale ritten.

a) Er dienen zoveel mogelijk rijd(st)ers in de vervolg-rondes aan de startplank te verschijnen; er wordt gereden met 8 rijd(st)ers per groep.
b) Bij (gecombineerde) leeftijdsklassen met 7 of 8 rijd(st)ers zal de finale met 6 rijd(st)ers aan de startplank worden verreden.
c) Indien een (gecombineerde) leeftijdsklasse 6 of minder rijd(st)ers heeft dan wordt een 4e manche verreden.

Artikel 9, Puntentelling

1. De winnaar van iedere manche ontvangt 1 punt, de tweede 2 punten, enz. 2. De rijd(st)er die na drie (3) gereden manches het minste aantal punten heeft behaald heeft zich als beste geplaatst voor de vervolg-rondes. Het aantal rijd(st)ers dat zich plaatst voor de vervolg-rondes hangt af van het aantal rijd(st)ers in de leeftijdsklasse.

a) Bij 7 of 8 rijd(st)ers – beste 6 rijd(st)ers naar de finale
b) Bij 9 t/m 16 rijd(st)ers – beste 8 rijd(st)ers naar de finale
c) Bij 17 t/m 32 rijd(st)ers – beste 16 rijd(st)ers naar de halve finale
d) Bij 33 t/m t/m 64 rijd(st)ers – beste 32 rijd(st)ers naar de kwartfinale
e) Etc.

3. Bij het eindigen met een gelijk aantal punten is het resultaat van de laatste manche doorslaggevend voor de bepaling van de einduitslag. Indien dit geen uitsluitsel geeft is de voorlaatste manche doorslaggevend en vervolgens de eerste manche. 4. Indien een leeftijdsklasse (na samenvoegingen volgens Artikel 8) zes (6) of minders rijd(st)ers heeft dan wordt een 4e manche verreden.

Artikel 10, Wedstrijdindeling

  1. De wedstrijden worden verreden met 8 startplaatsen.
  2. Voor het laten rijden van een klasse (na samenvoegen volgens Artikel 8) op een wedstrijd is het voorwaarde dat minimaal 3 rijd(st)ers aan de start verschijnen.
  3. Afhankelijk van het aantal rijd(st)ers wordt een wedstrijd als volgt verreden: drie (3) manches + finale(s) of vierde manche.
  4. De finale(s) wordt gereden met 8 rijd(st)ers per groep. Behalve bij klassen met 7 of 8 rijd(st)ers, waar met 6 rijd(st)ers in de finale wordt gereden.

Artikel 10a, Prijzenregeling

1. Algemeen

a Een rijd(st)er komt alleen in aanmerking voor een prijs als hij/zij is gestart in twee van de drie manches en de finale heeft gehaald.
b Als de wedstrijd over vier (4) manches gaat en de rijd(st)er kan in de vierde (4) manche niet meer aan de start komen, dan wordt hij/zij in de vierde (4) manche als laatste geklasseerd, om zo tot een eindstand te komen.

2. Nederlandse en nationale wedstrijden

a Bij een NK en de nationale wedstrijden krijgen alle finalisten een beker. De kampioenen krijgen bovendien een kampioensshirt of -trui.
b Voor de NCK worden voor de eerste tien (10) beste clubs bekers beschikbaar gesteld.

3. Open wedstrijden

Bij een open wedstrijd dienen minimaal 3 prijzen per leeftijdsklasse beschikbaar te zijn, tenzij een klasse wordt verreden met 3 rijd(st)ers waarbij met twee bekers volstaan kan worden.

4. Districtswedstrijden

De prijzenregeling bij districtswedstrijden dient in onderling overleg te worden bepaald.

Artikel 10b, Promotieklasse

1. De promotieklasse is een competitie tussen twee opvolgende Nederlandse Kampioenschappen.

2. Er zijn 3 promotieklasse competities:

a. Promotieklasse Mannen 13 jaar en ouder
b. Promotieklasse Vrouwen 13 jaar en ouder
c. Promotieklasse jeugd Jongens en Meisjes 12 jaar en jonger

3. De leeftijd per de peildatum van het eerstvolgend NK is bepalend voor de hele competitie.

4. De promotieklasse wordt alleen verreden op banen waar met 8 startplaatsen wordt gestart, tijdens de NK Indoor en Outdoor en alle nationale wedstrijden, met uitzondering van het NCK.

5. Aan de promotieklasse kan alleen worden deelgenomen als ook in een andere klasse (eigen leeftijdsklasse of cruiserklasse) wordt deelgenomen.

6. Inschrijving voor de promotieklasse is altijd mogelijk, ongeacht het aantal gemiste wedstrijden.

Dit geldt overigens niet voor de plaatsingswedstrijd. Als er vijf (5) wedstrijden zijn gemist is inschrijving voor de plaatsingswedstrijd niet meer mogelijk.

7. Er worden geen dagprijzen uitgedeeld.

8. De indeling van de groepen wordt op elke wedstrijd bepaald op basis van het zogenaamde speedway-systeem. Dit wil zeggen dat er over drie (3) manches in een wisselende samenstelling van groepen wordt gereden.

9. Er wordt een A- en een B-finale verreden. De afvallers in de halve finale gaan over naar de B-finale.

10. Per wedstrijd worden de volgende punten toegekend

Toekennen wedstrijdpunten
Manches A-finale B-finale Kwartfinale
1e plaats: 10 punten 1e plaats: 55 punten 1e plaats: 21 punten
2e Plaats: 9 punten 2e Plaats: 50 punten 2e Plaats: 18 punten
3e Plaats: 8 punten 3e Plaats: 45 punten 3e Plaats: 15 punten
4e Plaats: 7 punten 4e Plaats: 40 punten 4e Plaats: 12 punten
5e Plaats: 6 punten 5e Plaats: 35 punten 5e Plaats: 10 punten 5e Plaats: 4 punten
6e Plaats: 5 punten 6e Plaats: 30 punten 6e Plaats: 8 punten 6e Plaats: 3 punten
7e Plaats: 4 punten 7e Plaats: 27 punten 7e Plaats: 6 punten 7e Plaats: 2 punten
8e Plaats: 3 punten 8e Plaats: 24 punten 8e Plaats: 5 punten 8e Plaats: 1 punten

Artikel 10c, Eindklassering

  1. Tijdens het NK-weekend tellen bovenstaande punten dubbel
  2. De slechtste 2 dagresultaten tellen niet mee voor het eindklassement
  3. Bij een gelijk aantal punten in de eindstand wordt degene met de meeste 1e plaatsen in de daguitslagen het hoogst geklasseerd. Biedt dit geen oplossing dan wordt gekeken naar aantal 2e plaatsen, enzovoort.
  4. Om voor de eindklassering in aanmerking te komen moet men aan een aantal wedstrijden hebben deelgenomen. Dit aantal wordt bepaald door het aantal te verrijden nationale wedstrijden min vier (4). Iedere rijd(st)er die hieraan voldoet ontvangt na de afsluitende wedstrijd een beker, terwijl de kampioen tevens een kampioensshirt of –trui ontvangt.

Artikel 10d, Inschrijfgeld

  1. Het inschrijfgeld voor de NK Indoor en Outdoor, de nationale wedstrijden en de Promotieklasse, wordt jaarlijks in de voorjaarsvergadering van de Federatieraad vastgesteld.
  2. Bij een daginschrijving wordt het inschrijfgeld per klasse verhoogd met een boete van 100%. Deze boete geldt niet voor de promotieklasse. De opgelegde boetes komen ten goede van de Federatiekas.

Artikel 11, Uitrustingseisen

  1. De rijd(st)er dient gekleed te zijn in een shirt of trui met lange mouwen, lange broek, handschoenen met gesloten vingers en een fullface-helm.
  2. Trui en broek dienen voldoende bescherming te bieden.
  3. Het rijden in een ruim zittende korte broek gemaakt van scheurbestendig materiaal is toegestaan in combinatie met specifieke "cross" knie/scheenbeschermers die zowel onder als boven de knie voorzien zijn van een sluiting.
  4. De helm moet gedragen worden in de originele staat en mag daarnaast niet zijn voorzien van extra versiering en/of artikelen die al dan niet zelf zijn aangebracht.
  5. Het rijden met een pedaalclicksysteem of daarmede gelijkgestelde systemen is uitsluitend toegestaan voor rijd(st)ers van 13 jaar en ouder. Slechts bij wedstrijden waarin 12- en 13-jarigen gezamenlijk een gecombineerde leeftijdsklasse vormen, mogen de 12-jarigen in de betreffende leeftijdsklasse ook van dergelijke pedalen gebruik maken.

Artikel 12, Het Fietscross-wedstrijdcircuit

1. Het circuit

  • Het wedstrijdcircuit moet uitgezet te worden op een grondsoort die compact van structuur is en een harde ondergrond biedt. Een eventuele toplaag moet voldoende dekkend en hard zijn. Er moet voldoende snelheid kunnen worden gemaakt om de wedstrijd ook voor de jongste deelnemers aantrekkelijk te laten zijn.
  • Het circuit dient op een open ruimte te worden uitgezet. Voor de wedstrijden is een oppervlakte van ca. 50 x 60 meter noodzakelijk.
  • Voor indoorwedstrijden geldt een oppervlakte van ca. 25 x 50 meter.

2. Circuit-afmetingen

  • De lengte van de baan moet minimaal ca. 300 meter te zijn. Indoor-banen moeten minimaal 150 meter lang zijn.
  • Bij het ingaan van de eerste bocht moet de baan 5,00 meter breed zijn. Deze breedte blijft gehandhaafd tot op het moment waarop de bocht overgaat in het volgende rechte stuk.
  • De baan moet over de verdere lengte na de eerste bocht minimaal 4,00 meter breed zijn, met uitzondering van de (kom)bochten, die in het centrum 5,00 meter breed dienen te zijn.
  • Loodrechte afsprongen van meer dan 40 cm mogen niet voorkomen in een fietscrosscircuit.
  • De markering van de wedstrijdbaan moet bestaan uit een kalklijn van ten minste 5 centimeter breed. Deze lijn moet goed zichtbaar zijn, om te kunnen bepalen of een rijder buiten de lijn komt.

3. Circuit-veiligheid

  • Indien op een circuit een zogeheten ‘pro sectie’ aanwezig is, dient deze zodanig gemarkeerd te zijn dat hij geen onderdeel uitmaakt van de wedstrijdbaan.
  • Het circuit dient rondom afgezet te zijn, op een zodanige manier, dat het publiek zich rond de baan kan bewegen, alles kan overzien en toch niet op het binnenterrein kan en behoeft te komen. Het binnenterrein is verboden voor publiek. Verder moet er voor de rijders de mogelijkheid zijn om, in geval van nood, de baan te kunnen verlaten.
  • De afzetting moet vast zijn, bijv. een hekwerk van buis-materiaal. Een tijdelijke afzetting met bijvoorbeeld touw is niet toegestaan.
  • Alle obstakels, zoals palen en afzettingen, dienen zo mogelijk minimaal #00 meter uit de zijkant van de baan te worden geplaatst. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is, dienen deze obstakels op een deugdelijke manier te zijn afgeschermd met strobalen of kussens.

4. Circuit-onderhoud

  • Het circuit moet over de volledige lengte gesproeid kunnen worden.
  • Het circuit moet op een wedstrijddag onkruidvrij zijn.

5. Startheuvel

  • De startheuvel moet minimaal 2,50 meter hoog zijn voor outdoor banen.
Voor indoorbanen is de hoogte van de startheuvel vrij, met als minimumeis dat het achterwiel wel ongeveer 30 cm hoger dient te staan dan het voorwiel.
  • Het aantal startplaatsen moet 8 zijn.
De breedte per startplaats moet minimaal 90 cm zijn (aanbevolen wordt 1 meter), met aan beide buitenkanten 20 cm vrije ruimte.
De minimale breedte van de totale ruimte voor het starthek moet 7,60 meter zijn.
  • Het oppervlak van de startheuvel moet verhard zijn en schuin oplopen, en wel op een zodanige wijze dat het achterwiel ongeveer 30 cm hoger staat dan het voorwiel als de rijder van start gaat.
  • De ondergrond van de startplaatsen moet ‘slipvast’ zijn, zodat er geen slip-mogelijkheid is bij nat weer.
  • Startlichten moeten voldoende zichtbaar zijn vanaf elke startplaats.

6. Starthek

  • Een starthek is verplicht en moet een minimale lengte hebben van 7,20 meter.
Als het starthek bestaat uit een geraamte met daarin de startplaatsen, dan moet de ruimte tussen de startplaatsen degelijk gesloten zijn.
Het materiaal van de startplaatsen waar de rijders tegenaan staan, moet slipvast zijn bij nat weer.
Voor nationale wedstrijden, zowel in- als outdoor, moet het starthek minimaal 50 cm hoog zijn en haaks op de starthelling staan.
  • De startposities dienen op zowel voor- als achterzijde van het starthek te zijn aangebracht. De rijders moeten de nummers zien om zich te kunnen opstellen; vanaf de andere kant moet de bezetting van de startnummers gecontroleerd kunnen worden.
  • De bediening van het starthek moet door 1 persoon gebeuren. De starter geeft eveneens de commando's.
  • Indien de constructie van het starthek niet toelaat dat op een andere soort bediening wordt overgeschakeld, dienen in ieder geval voldoende maatregelen te zijn genomen om functioneren tijdens een gehele wedstrijddag te waarborgen.

7. Parc-Fermé

  • Achter of naast de startheuvel is men verplicht een parc-fermé (gesloten park) aan te leggen. Dit is een gesloten ruimte, waar rijders zich kunnen opstellen voor de wedstrijd.
  • De ondergrond van het parc fermé moet verhard zijn.
  • Minimaal dienen 8 opstelrijen te worden aangebracht, waarin rijders zich achter elkaar kunnen opstellen op volgorde van de startposities aangegeven op de wedstrijdlijsten.
  • De opstelrijen moeten doorlopend genummerd worden, zodanig dat voor alle races duidelijk is in welke opstelrij de rijders moeten staan.

8. Het startterrein

  • Het startterrein dient minimaal 8 meter breed te zijn.
  • De afstand tot de eerste bocht moet minimaal 45 meter bedragen.

9. Finish

  • De finishlijn dient gemarkeerd te zijn met een zwarte streep op een witte ondergrond, of een zwarte streep tussen twee witte vlakken. In bestrating kan dit gemaakt worden door 3 rijen klinkers waarvan de middelste zwart is geverfd en de twee buitenste wit zijn geverfd.
  • Als een hoog portaal is gebouwd waaraan een finishvlag kan worden opgehangen, dan moet dit portaal minimaal 20 centimeter vóór de finishlijn worden geplaatst; op de finishlijn zelf moet namelijk voldoende plaats zijn voor de fotofinish-apparatuur. Een finishvlag heeft geen functie in het reglement en hoeft niet exact boven de finishlijn te hangen.
  • Achter de finishlijn dient een fuik aanwezig te zijn met een minimale lengte van 15 meter, waar de rijders na het finishen tegengehouden kunnen worden. Doorlating geschiedt op aangeven van de/een trackmanager. Binnen de fuik mag het publiek zich niet ophouden.

10. Bijzondere eisen bij organisatie nationale wedstrijden

Er moet in de directe nabijheid van de crossbaan parkeergelegenheid voor 400 auto’s aanwezig zijn.
Er moeten voldoende sanitaire voorzieningen in de directe nabijheid van de crossbaan aanwezig zijn. Aanbevolen wordt: 3 x Herentoilet, 3 x Damestoilet, 1x Vrijwilligerstoilet (niet voor sporters of publiek).

Artikel 13, Voorschriften van de fiets

1. Algemeen

a) versnellingen zijn verboden;
b) alle onderdelen dienen vast gemonteerd te zijn;
c) assen van de wielen mogen niet meer dan 5 mm uitsteken;
d) kettingspanners zijn verboden tenzij de moer en de uitstekende draadeinden deugdelijk zijn afgeschermd;
e) standaard, spatborden, vleugelmoeren, kettingkasten en andere puntige voorwerpen zijn verboden;
f) de crossfiets moet voorzien zijn van deugdelijke trappers.

2. Het stuur

a) het stuur mag niet hoger zijn dan 30 cm en niet breder dan 75 cm;
b) er mogen geen breuken in het stuur zitten en een gebroken stuur mag niet gelast zijn;
c) om de uiteinden van het stuur dienen handvaten op een dusdanige wijze gemonteerd te zijn, dat de uiteinden van het stuur zijn afgeschermd.

3. Het balhoofd

a) het balhoofd mag geen speling hebben;
b) de balhoofdmoer moet vast zitten;
c) de afstand tussen bout (top) gooseneck en balhoofdmoer mag niet meer bedragen dan 5 cm.

4. Het frame

Frames waarin breuken geconstateerd worden, worden niet toegelaten tot de wedstrijd.

5. De wielen

a) de spaken moeten voldoende gespannen zijn;
b) lichte, net voelbare speling op de lagers is toegestaan;
c) de moeren dienen vast gemonteerd te zijn;
d) de crossbanden dienen uit één stuk vervaardigd en van profiel voorzien te zijn.

6. De remmen

a) de fiets dient voorzien te zijn van een handrem werkend op het achterwiel;
b) het uiteinde van de binnenkabel moet worden afgeschermd;
c) het uiteinde van de rem handle moet afgerond of beschermd zijn.

7. Het zadel

a) het zadel dient vast gemonteerd te zijn en in goede staat te verkeren;
b) indien de zadelpenklem voorzien is van een losse bout en moer, dan mag de bout niet meer dan 5 mm uitsteken.

8. Het cranckstel

a) moeren moeten vast gemonteerd zijn;
b) er mag lichte, net voelbare speling in de lagers zitten;
c) de tandwielkeuze voor en achter is vrij.

9. Stuurnummerbord en zijnummerbordjes

a) Het stuurnummerbord dient voorop het stuur te zijn gemonteerd;
b) De aangebrachte nummers dienen duidelijk leesbaar, minimaal 80 mm hoog en 10 mm dik te zijn. Om de cijfers heen moet 15 mm vrij worden gehouden. Controle op leesbaarheid van de nummers geschiedt door de besturen van de :verenigingen. Een moeilijk leesbaar of onleesbaar nummerbord kan uitsluiting tot gevolg hebben (het nummer wordt dan niet genoteerd).
c) Zijnummerbordjes worden aan weerskanten van de bovenste framebuis gemonteerd, direct achter de stuurstang.
d) De cijfers van de zijnummerbordjes moeten zwart zijn op een witte ondergrond en minimaal 60 mm centimeter hoog
e) Reclame en/of afbeeldingen zijn op de zijvlakken van de zijnummerbordjes niet toegestaan.

10. Controle

De controle op de fietsen zal regelmatig door de eigen clubs gehouden worden.

Artikel 14, Startpositie

1) Manches

a) De manches worden verreden op basis van het zogenaamde “speedway-systeem”. Voor de startposities wil dat zeggen dat random aan een rijd(st)er een startpositie wordt toegekend. Alle acht (8) startposities tellen mee in de toekenning, ongeacht de grootte van de groep.
b) De startposities voor de manches worden bekend gemaakt via lijsten op de website en de clubvertegenwoordigers kunnen vanaf 10:45 uur de lijsten met daarop de startposities van de leden ophalen bij de jury.
c) Ruilen van de startpositie is op straffe van diskwalificatie uitdrukkelijk verboden.

2) Vervolg-rondes

a) De startposities voor alle wedstrijdrondes ná de manches, worden verdeeld op basis van prestaties in de voorgaande ronde. Op volgorde van plaatsing (1e, 2e, 3e, enz.) kan iedere rijd(st)er zelf zijn startpositie kiezen.
b) De rijd(st)er neemt bij het betreden van het startplatform zijn positie snel in; zijn eerste keuze is definitief en kan niet meer veranderd worden.

Artikel 15, Training

  1. Voor de wedstrijd worden de rijd(st)ers in staat gesteld te trainen met gebruik van het starthek. Ook tijdens de training gelden de bepalingen t.a.v. kleding en fiets volgens de ==Artikelen 11 en 13 van dit reglement.
  2. Ten behoeve van een ordelijk verloop van de training, wordt getraind in trainingsblokken. Het hoofdbestuur stelt jaarlijks regels vast met betrekking tot de indeling en het gebruik van de trainingsblokken. Overtreding van deze regels kan door de trackmanager(s) worden bestraft met de hem ter beschikking staande maatregelen.

Artikel 16, Wedstrijd controlevlaggen

1) De betekenis van de kleur van de vlaggen is als volgt:

a) Groen: de baan is vrij, er kan gestart worden (trackmanager)
b) Geel: attentie, gevaar op of direct naast de baan (trackmanager en baancommissaris)
c) Rood: direct stoppen op of naast de baan (trackmanager en starter)
d) Wit/zwart geblokt: protestvlag (te plaatsen direct bij de finish)

2) Overnieuw rijden is niet toegestaan.

3) Het afvlaggen, met de rode vlag, kan alleen leiden tot het (opnieuw) starten van de race wanneer de race nog onderweg is en vóórdat er een rijd(st)er gefinisht is (door het afvlaggen is de race niet gefinisht en formeel niet gereden).

Artikel 17, Rennerskwartier/parc-fermé

1) Uitsluitend vanuit het parc-fermé worden de rijd(st)ers opgeroepen voor de start. Iedere niet-aanwezige rijd(st)er wordt uitsluitend in het parc-fermé opgeroepen om zich te melden (dus niet over de centrale omroepinstallatie).

2) In geval van technisch mankement aan de fiets, voor aanvang van de race, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt bij de (hulp)trackmanager, zodat deze kan beslissen of de race wordt uitgesteld.

3) In het parc-fermé mag niet op de crossfiets worden gereden. Alle aanwijzingen van de NFF-officials dienen onverwijld opgevolgd te worden.

Artikel 18, De start

1. Handmatig starten De startcommando's, die luid en duidelijk gegeven moeten worden zijn:

  • RIDERS OPGELET: Er wordt twee (2) seconden gewacht tot het geven van het volgende commando.
  • RIDERS READY: Er wordt wederom twee (2) seconden gewacht.
  • RIDERS GO: Indien de "R" van RIDERS wordt uitgesproken kan de startprocedure niet meer beëindigd worden. De starter dient de startplank zodanig te bedienen dat de plank valt tijdens het uitspreken van "GO".

2. Starten met lichten en/of voicebox De startcommando's, die luid en duidelijk gegeven moeten, worden zijn:

  • RIDERS OPGELET: Er wordt twee seconden gewacht tot het geven van het volgende commando.
  • RIDERS READY. Daarna twee seconden wachten en vervolgens
  • WATCH THE LIGHTS: Indien de "W" van WATCH wordt uitgesproken, dan kan de startprocedure niet meer onderbroken worden. Na het uitspreken van de "W" van WATCH moet het vallen van het starthek binnen twee-en-een-half seconden ingezet zijn.

3. Starten met random start Het eerste commando luidt:

  • OK RIDERS RANDOM START
  • RIDERS READY
  • WATCH THE GATE

a) De startprocedure is geëindigd als het startlicht op groen springt, c.q. het starthek begint te vallen.

b) Alleen de starter kan de start afbreken. Hij geeft hiervoor het commando "HERSTEL" waarna de startprocedure weer volledig opnieuw begint.

c) De starter wacht tot de betrokken rijd(st)er gereed is en begint daarna opnieuw met de startprocedure.

d) De rijd(st)er dient tijdens de startprocedure zodanig tegen het starthek te staan, dat hij/zij geen andere rijd(st)er hindert.

e) De leeftijdsgroepen van 4, 5 en 6 jaar mogen door ouders en/of begeleiders tijdens het innemen van de startpositie geholpen worden. Daarna dienen deze zich te verwijderen.

f) De organiserende club zorgt voor uniforme startblokken die door de rijd(st)ers desgewenst gebruikt kunnen worden. In geen geval mogen eigen startblokken worden gebruikt.

Artikel 19, Wedstrijd

  1. Elke handeling en/of wijze van rijden, welke gevaar voor anderen kan opleveren of welke van ongunstige invloed kan zijn op het normale wedstrijdverloop is verboden.
  2. Als rijd(st)ers komen te vallen of door pech moeten stoppen moet men de baan zo snel mogelijk vrij maken zonder de overige rijd(st)ers te hinderen.
  3. Elke rijd(st)er die tijdens de race de baan verlaat, moet op het dichtstbijzijnde punt de baan weer opkomen. Hij/zij mag bij deze manoeuvre geen andere rijd(st)er hinderen en/of voorbijgaan. Zelf kan de rijd(st)er wel ingehaald worden.
  4. Het afsnijden van de baan met de bedoeling voordeel te behalen ten koste van andere rijd(st)ers is verboden.
  5. Rijd(st)ers mogen elkaar tijdens de race op geen enkele manier helpen of een combine aangaan.
  6. Blijft een rijd(st)er na een valpartij liggen, dan mag pas nadat een EHBO-er of arts toestemming gegeven heeft, de betreffende rijd(st)er worden verplaatst.
  7. Er wordt alleen dan over gestart wanneer de startprocedure door technische of mechanische storing niet correct verloopt.

Artikel 20, Straffen

1. De trackmanager kan een straf opleggen als een rijd(st)er:

a. opzettelijk een andere rijd(st)er hindert
b. het normale verloop van de race hindert
c. zich onsportief gedraagt, gaat schelden, handtastelijk wordt of iemand opzettelijk letsel toebrengt, of dit nu vóór, tijdens of na de race gebeurt
d. zich niet houdt aan de bepalingen in dit reglement die betrekking hebben op uitrustingseisen en voorschriften met betrekking tot de fiets

2. De trackmanager mag na iedere race één van de volgende straffen opleggen:

a. officiële waarschuwing;
i. 1 x waarschuwen = waarschuwing
ii. 2 x waarschuwen = terugplaatsing
iii. 3 x waarschuwen = uitsluiting
iv. officiële waarschuwingen gelden per wedstrijdklasse
b. terugplaatsing;
De rijd(st)er wordt in deze race naar de laatste plaats verwezen.
c. uitsluiting;
De rijd(st)er wordt uit de wedstrijdklasse gehaald alsof hij/zij niet is ingeschreven.
d. diskwalificatie.
i. De rijd(st)er wordt uit de uitslag van alle wedstrijdklassen gehaald alsof hij/zij niet is ingeschreven en mag niet meer aan de start verschijnen.
ii. De punten voor de Promotieklasse komen te vervallen.

3. De trackmanager kan tegen een rijd(st)er een opmerking maken. Dat is geen straf maar iets waar de rijd(st)er op moet letten.

4. De straffen gelden alleen voor de actuele wedstrijd waarin de straf is opgelegd. Waarbij een wedstrijd over meerdere dagen, zoals het NK Outdoor, als één (1) wedstrijd telt.

5. Als de trackmanager een straf oplegt, dan moet hij/zij deze straf direct na de race aan de rijd(st)er meedelen. Hij/zij moet de straf letterlijk uitspreken en verduidelijken. De beslissing van trackmanager is definitief, protest tegen de beslissing is niet mogelijk.

Artikel 21, Protesten

  1. Direct na afloop van de race kan d.m.v. het opsteken van een, bij de finishlijn aanwezige, vlag geprotesteerd worden. Rijd(st)ers t/m 6 jaar mogen hierbij geholpen worden door een begeleider. De uitspraak van de Trackmanager is hierin beslissend.
  2. Na afloop van een race komt de uitslag zo snel mogelijk online te staan. Als een rijd(st)er het niet eens is met de uitslag, meld je dan zo spoedig mogelijk bij de jury, zodat de uitslag eventueel aangepast kan worden. Dus meld je voor aanvang van de eerstvolgende (kwalificatie)ronde; bijvoorbeeld vóór de 2e manche, vóór de 3e manche, vóór de kwart-finale, etc.

Artikel 22, De trackmanager

  1. De trackmanager is belast met de wedstrijd-technische supervisie en leiding op een wedstrijddag. De trackmanager dient te handelen namens de NFF met inachtneming van dit reglement. Hij dient altijd te worden bijgestaan door een hulp trackmanager, die als zijn vervanger kan optreden.
  2. De dienstdoende E.H.B.O.-er dan wel medicus doet, voor zover naar zijn mening de deelnemer medisch bezien niet geschikt is aan de training en/of wedstrijd deel te nemen, hiervan mededeling aan de Trackmanager.
  3. De Trackmanager moet controleren of de benodigde uitrustingsstukken op hun plaats staan, zoals omroepinstallatie, wedstrijd controlevlaggen, starthek, baan-afzetting etc.
  4. Hij moet erop toezien, dat het overige baanpersoneel goed geïnstrueerd is en klaarstaat als de trainingen en wedstrijden beginnen;
  5. De Trackmanager hanteert de rode vlag als beschreven in ==Artikel 16
  6. Bij geschillen is de uitspraak van de Trackmanager beslissend

Artikel 23, Starter

  1. De starter bedient het starthek en geeft de daarbij behorende commando's.
  2. Hij wordt geassisteerd door de hulpstarter (DNS-functionaris), die er tevens controle op uitoefent of de crossers de juiste startplaats op de startheuvel innemen.
  3. De starter dient te wachten op een teken van de Trackmanager: "Baan vrij voor de volgende start" (= groene vlag).
  4. De starter is bevoegd, alleen wat betreft het starten, de Trackmanager een waarschuwing op te laten leggen.
  5. Herstarten is een optie als de starter merkt dat de startprocedure door een technische of mechanische storing niet correct verloopt. De starter gebruikt daarvoor de rode vlag.

Het afvlaggen, met de rode vlag, kan alleen leiden tot het (opnieuw) starten van de race wanneer de race nog onderweg is en vóórdat er een rijd(st)er gefinisht is (door het afvlaggen is de race niet gefinisht en formeel niet gereden)

Artikel 24, Baancommissarissen

  1. Bij elke wedstrijd en de voorafgaande training dienen minimaal twee (2) baancommissarissen aanwezig te zijn. Zij assisteren de Trackmanager bij een goed en sportief verloop van de wedstrijd. Hiertoe maken zij aantekening van geconstateerde overtredingen. Zij worden, zo nodig, bij een protest door de Trackmanager geraadpleegd.
  2. De baancommissarissen hanteren de gele en groene vlag als beschreven in Artikel 1.
  3. De baancommissarissen bij nationale wedstrijden moeten deelgenomen hebben aan de door de NFF georganiseerde baancommissarissendag.

Artikel 25, Jury

1. Het juryteam bestaat uit minimaal acht (8) personen.

2. Drie (3) daarvan noteren de volgorde van binnenkomst, welke wordt beslist op de finishlijn.

a) Zij nemen daar een zodanige plaats voor in, dat een duidelijk zicht op de finishlijn mogelijk is
b) Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het voorwiel de finishlijn passeert. De rijd(st)er moet op dat moment de fiets tussen de benen hebben.
c) Verder moeten zij verdeeld opgesteld zijn: twee (2) aan de linkerzijde van de finishlijn en één (1) aan de rechterzijde van de finishlijn (of vice-versa). Over de volgorde van binnenkomst mag door deze drie (3) juryleden niet gediscussieerd of overlegd worden. Alle jurybriefjes moeten naar de controle gebracht worden.

3. Een vierde (4e) lid van de lijnjury noteert zoveel mogelijk maar concentreert zich daarbij met name op de close-finishes (de rijd(st)ers die vrijwel gelijktijdig de finishlijn passeren). Zijn/haar notatie is beslissend bij twijfel van de andere drie (3) juryleden.

4. Twee (2) juryleden houden zich bezig met het doorschrijven van de uitslagen die de jury op de finishlijn genoteerd heeft.

5. Een zevende (7e) en achtste (8e) persoon worden door de vereniging aangewezen om de briefjes van de jury, die de binnenkomst van de rijd(st)ers noteert, naar de doorschrijvende juryleden te brengen.

Artikel 25a, Fotofinish en jury

1. Bij wedstrijden waar met het fotofinishsysteem] wordt gewerkt, bestaat het jury-team uit minimaal vijf (5 personen.

a) Eén (1) jurylid is verantwoordelijk voor het maken van de finishfoto’s. Dit jurylid zorgt ervoor dat van elke individuele finish een foto wordt vastgelegd in het fotofinish-systeem.
b) Twee (2) juryleden zijn verantwoordelijk voor het verwerken van de finishfoto’s tot uitslagen. Zij leggen de uitslagen vast in digitale bestanden.
c) Eén (1) jurylid is verantwoordelijk voor de wedstrijdcomputer.
d) Eén (1) jurylid is algemeen beschikbaar voor aflossing.

2. Bepalend voor de binnenkomst is als de voorkant van het voorwiel de finishlijn passeert. De rijd(st)ers moet op dat moment de fiets tussen de benen hebben.

Artikel 26, E.H.B.O.

  1. Tijdens districtswedstrijden dienen er steeds drie (3) EHBO-ers aanwezig te zijn.
  2. Tijdens nationale wedstrijden moeten dat er minimaal vier (4) zijn.
  3. Om het wedstrijdverloop goed te kunnen volgen, dienen zij op het middenterrein aanwezig te zijn. Alleen een EHBO-er of arts kan toestemming verlenen tot het verplaatsen van een deelnemer na een valpartij.
  4. Ook bij valpartijen is het voor ouders/begeleiders verboden de baan te betreden.

Artikel 27, Alcoholverbod

1. Het is verboden om tijdens een fietscross-wedstrijd alcohol te nuttigen.

2. Dit verbod geldt voor:

a) alle NFF-officials (zoals jury-team, trackmanagers, aanwezige bestuursleden, rijdersraad)
b) rijd(st)ers aan de wedstrijd
c) medewerkers van de organiserende vereniging (waaronder ook ingehuurde medewerkers worden begrepen, zoals EHBO of geluidsmensen)

3. Dit verbod geldt vanaf het begin van de wedstrijddag tot aan het moment waarop de prijsuitreiking volledig is afgewerkt.

4. Het nuttigen van alcohol zal leiden tot directe en onvoorwaardelijke verwijdering van het wedstrijdterrein en (indien het een licentiehouder betreft) schorsing van de licentie voor tenminste 3 maanden. Reglement

Artikel 28, Reglement

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de trackmanager; waarbij na afloop van de wedstrijd het NFF-bestuur hierover geïnformeerd wordt.